BLOG
|
|
| De soulmate - donderdag 22 januari 2015 |
|
Laat ik het nu dan eens over de soulmate hebben. Het belangrijkste dat je als vrouw moet leren is om niet steeds in allerlei heftige emoties te schieten bij de gedachte – laat staan de aanblik - van de soulmate. Dat zijn natuurlijk hele begrijpelijke emoties. Maar je schiet er zo weinig mee op. Ik las op een Amerikaanse site eens het verhaal van een vrouw die er het volgende over zei: ‘Nu mijn man voorbij de replayfase is, zegt hij dat zijn behoefte aan de soulmate weinig te maken had met haar als persoon, maar meer met het feit dat ze hem gaf wat hij toen nodig had”. Dan komt de vrouw met de volgende vergelijking. Stel je voor dat je man tijdens zijn midlifecrisis behoefte zou hebben om de hele tijd op een bankje in het park te zitten. Want zolang hij daar zit, hoeft hij geen verantwoordelijkheid voor het oplossen van zijn eigen problemen te nemen en voelt hij zich daar dus heel comfortabel. Toch zal na verloop van tijd zijn kont pijn gaan doen op dat harde bankje. Dat wil niet zeggen dat hij dan meteen opstaat. Want het alternatief lijkt nog steeds veel onaantrekkelijker. Maar uiteindelijk gaat dat bankje zo ongemakkelijk aanvolen dat hij opstaat en wegloopt. Als je zo naar de situatie kijkt, zou je dan een hekel aan dat bankje hebben? Zou je er heel onzeker van worden? Jaloers? Woedend? Of intens verdrietig? Nee toch? Probeer de soulmate dus maar als dat bankje te zien. Want dat is haar functie in zijn midlifecrisis. Toen ik H’s soulmate voor het eerst zag, wist ik niet goed wat ik ervan moest denken. Ik had van tevoren wel het een en ander over haar gehoord. H had verteld dat ze ontzettend achter hem had aangelopen. Zijn collega's zeiden dat ze steeds kwam aanzetten met zelfgebakken appeltaarten compleet met gebaksschoteltjes en vorkjes. In gedachte noemde ik haar al de appeltaart. Ze moest wel een heel ander type zijn dan ik. Want ik zou nooit dokter Oetker inschakelen om indruk op een man te maken. Toen ik haar uiteindelijk zag, wist ik niet of ik opgelucht of beledigd moest zijn. De andere vrouw kan in theorie namelijk op twee manieren bedreigend zijn. In het eerste geval heeft ze kwaliteiten die jij niet hebt. Je bent zelf bijvoorbeeld een atletisch gebouwde brunette en zij is hoogblond met een dubbel-D cup. In het tweede geval is ze juist hetzelfde type als jij, maar dan een betere versie. H’s soulmate viel buiten beide categorieën. Ik kon in de gauwigheid niets bijzonders aan haar ontdekken. Dat zou een opluchting moeten zijn, maar ik voelde me eerder beledigd. Was dit nou de vrouw voor wie hij mij had verlaten? Zelf zag H dat trouwens heel anders. Hij had mij niet verlaten voor een andere vrouw. Hij had mij verlaten om mijzelf. Als het tussen ons goed had gezeten, had zij geen schijn van kans gehad. Zijn betoog kwam erop neer dat er geen enkele andere vrouw aan mij kon tippen, maar dat de magie en de mogelijkheden tussen ons waren verdwenen. En dat hij niet de rest van zijn leven wilde blijven rouwen. In de beginfase wilde ik nog van alles weten over de soulmate. En H gaf antwoord op al mijn vragen. Maar uiteindelijk kon ik niks met die informatie. De hele situatie en de keuzes die hij daarin maakte, werden er niet bepaald begrijpelijker door. Tegenwoordig vraag ik nooit meer naar de soulmate. Zij is een symptoom van de problemen. Niet de oorzaak. Ze zit mij ook niet in de weg. Want de man die zij nu heeft, is niet de man die ik had. En ook niet de man die ik wil. Laat haar maar het bankje zijn in het park van zijn nieuwe leven. Hoewel ik zelf die vergelijking nooit echt gebruikt heb. Voor mij was ze tenslotte al ‘de appeltaart’. Als ik soms weer eens een zwak moment heb, stel ik me hem dus niet op een bankje voor. Maar op een appeltaart. En om dat beeld moet ik altijd weer lachen. Zo zie je maar. Een goed gekozen metafoor helpt je zijn midlifecrisis door.
|
|

